.

Effect van steenwol en irrigatie op cannabisopbrengst en potentie
Gecontroleerde proeven laten zien hoe steenwolblokconfiguratie en irrigatiegift de opbrengst en het THC-gehalte beïnvloeden. Door enkele versus dubbele blokken en lage versus hoge irrigatie bij twee F1-variëteiten te vergelijken, blijkt dat plantstructuur belangrijker is dan alleen de hoeveelheid inputs.
Enkele vs. dubbele steenwolblokken × lage vs. hoge shotgroottes: impact op groei, droge getrimde opbrengst en THC bij twee F1-variëteiten (Orion en Medusa)
Inhoud:
Resultaten en belangrijkste inzichten
- Opbrengst: de hoogste gemiddelde opbrengsten werden gezien bij Orion F1 in een dubbel blok met lage shotgrootte en Medusa F1 in een enkel blok met hoge shotgrootte (zie tabellen 2 en 3).
- THC: bij beide variëteiten hingen de hoogste THC-rankings consequent samen met behandelingen met enkel blok + lage shotgrootte.
- Trend in bloksysteem: dubbele bloksysteem verhoogden de buffering in de wortelzone (het vermogen van het substraat om water en voedingsstoffen gelijkmatiger vast te houden), maar leverden als losse factor geen statistisch robuust opbrengstvoordeel op.
- Trend in shotgrootte: een lage shotgrootte ondersteunde doorgaans iets hogere opbrengsten en THC, al waren de verschillen niet statistisch significant als hoofdeffect.
- Beslisregel: wil je de opbrengst maximaliseren, geef dan prioriteit aan plantstructuur (hoogte en aantal knopen) boven substraat- of irrigatiecategorie; wil je meer richting THC sturen, kies dan voor beter ‘stuurbare’ wortelzonecondities met gecontroleerde dry-back.
Praktische inzichten
In de praktijk verschuiven deze resultaten de aandacht van “welk blok of welke shotgrootte is het best” naar hoe substraat- en irrigatiekeuzes de plantstructuur beïnvloeden. Door substraatvorm en irrigatielogica te standaardiseren, verbeter je de consistentie doordat de variatie in wortelzonevocht en EC kleiner wordt. Om resultaten te kunnen reproduceren in controlled-environment agriculture (CEA), moeten klimaat, samenstelling van fertigation, uniformiteit van irrigatie en monitoringsprotocollen stabiel blijven.

.jpg)
Introductie
Steenwol is een vervaardigd, inert groeimedium dat ontstaat door gesmolten mineralen tot vezels te spinnen, waardoor een poreuze structuur ontstaat. In gecontroleerde omgevingen maakt die structuur het mogelijk om water, zuurstof en de beschikbaarheid van voedingsstoffen in de wortelzone heel precies te sturen. Daardoor is steenwol voor planten bijzonder geschikt voor herhaalbare kweekproeven.
Deze gezamenlijke proef, geleid door Royal Queen Seeds en uitgevoerd in de faciliteiten van CRIC (Cannabis Research and Innovation Centre) in Montréal, Canada, onderzocht hoe substraatopbouw en irrigatie-shotgrootte de groei, opbrengst en potentie van cannabis beïnvloeden. De studie vergeleek steenwolsystemen met één blok versus twee blokken, in combinatie met lage en hoge irrigatie-shotgroottes, bij twee F1-hybriden: Orion F1 en Medusa F1.
De zaden werden op 19 februari 2025 in steenwolpluggen gezaaid, op 21 februari verplant, op 3 maart overgezet naar de generatieve fase en op 5 mei geoogst. Dat komt neer op een kweekcyclus van ongeveer 11 weken van zaad tot oogst.


Materialen & methoden
De planten werden gekweekt in een speciaal ontworpen controlled-environment faciliteit, met steenwolsubstraat als primair wortelmedium. Er werden twee blokconfiguraties getest:
- Enkel blok: één eindblok per plant
- Dubbel blok: een groter totaal wortelzonevolume via een extra blokfase, wat meer buffering geeft tegen snelle schommelingen in vocht en voedingsstofconcentratie


De irrigatiestrategie werd op twee niveaus getest:
- Lage shotgrootte: kleinere pulsen per irrigatiemoment, waardoor je vocht en voedingsstoffen strakker kunt sturen
- Hoge shotgrootte: grotere pulsen per moment, wat zorgt voor snellere verzadiging van het substraat
Elke variëteit werd geteeld volgens een 2 × 2 factorieel ontwerp (bloksysteem × shotgrootte), met zes biologische herhalingen per behandelingscombinatie.


De gemeten parameters omvatten de uiteindelijke planthoogte, de droge getrimde bloemopbrengst per plant en de relatieve THC-ranking. Het aantal knopen en de stengeldiameter werden vastgelegd om verbanden tussen plantstructuur en opbrengst te onderzoeken.
Resultaten
De resultaten verschilden per variëteit en behandeling en worden hieronder samengevat.
Tabel 1. Orion F1: gemiddelde waarden per behandeling (n = 6)
| Behandeling | Hoogte (cm) | Knopen | Opbrengst (g/plant) | THC-niveaupositie |
| Enkel blok + Laag | 87,3 | 22,7 | 286,7 | 2e positie |
| Enkel blok + Hoog | 81,8 | 20,3 | 266,5 | 5e positie |
| Dubbel blok + Laag | 87,0 | 24,5 | 317,7 | 6e positie |
| Dubbel blok + Hoog | 83,2 | 22,2 | 264,2 | 8e positie |
| Enkel blok + Laag | |
|---|---|
| Hoogte (cm) | 87,3 |
| Knopen | 22,7 |
| Opbrengst (g/plant) | 286,7 |
| THC-positie | 2e positie |
| Enkel blok + Hoog | |
| Hoogte (cm) | 81,8 |
| Knopen | 20,3 |
| Opbrengst (g/plant) | 266,5 |
| THC-positie | 5e positie |
| Dubbel blok + Laag | |
| Hoogte (cm) | 87,0 |
| Knopen | 24,5 |
| Opbrengst (g/plant) | 317,7 |
| THC-positie | 6e positie |
| Dubbel blok + Hoog | |
| Hoogte (cm) | 83,2 |
| Knopen | 22,2 |
| Opbrengst (g/plant) | 264,2 |
| THC-positie | 8e positie |


Tabel 2. Medusa F1: gemiddelde waarden per behandeling (n = 6)
| Behandeling | Hoogte (cm) | Knopen | Opbrengst (g/plant) | THC-niveaupositie |
| Enkel blok + Laag | 86,5 | 22,2 | 293,8 | 1e positie |
| Enkel blok + Hoog | 85,3 | 24,0 | 339,8 | 3e positie |
| Dubbel blok + Laag | 82,3 | 22,3 | 323,0 | 4e positie |
| Dubbel blok + Hoog | 80,8 | 22,3 | 292,0 | 7e positie |
| Enkel blok + Laag | |
|---|---|
| Hoogte (cm) | 86,5 |
| Knopen | 22,2 |
| Opbrengst (g/plant) | 293,8 |
| THC-positie | 1e positie |
| Enkel blok + Hoog | |
| Hoogte (cm) | 85,3 |
| Knopen | 24,0 |
| Opbrengst (g/plant) | 339,8 |
| THC-positie | 3e positie |
| Dubbel blok + Laag | |
| Hoogte (cm) | 82,3 |
| Knopen | 22,3 |
| Opbrengst (g/plant) | 323,0 |
| THC-positie | 4e positie |
| Dubbel blok + Hoog | |
| Hoogte (cm) | 80,8 |
| Knopen | 22,3 |
| Opbrengst (g/plant) | 292,0 |
| THC-positie | 7e positie |
Over het geheel genomen waren de opbrengstverschillen per behandeling bescheiden ten opzichte van de variatie van plant tot plant, terwijl THC duidelijkere verschuivingen liet zien die samenhingen met de irrigatiestrategie.


Belangrijkste bevindingen & praktische conclusies
Over beide variëteiten heen verklaarde plantmorfologie de opbrengst veel beter dan alleen de substraat- of irrigatiecategorie. Een lineair model met planthoogte, aantal knopen en variëteit verklaarde ongeveer 72% van de opbrengstvariatie (R² ≈ 0,72).
Zowel hoogte als het aantal knopen waren onafhankelijk van elkaar en sterk gekoppeld aan opbrengst. Elke extra centimeter planthoogte kwam neer op ongeveer +4 g droge bloemen, terwijl elke extra knoop ongeveer +10 g bijdroeg, als je de andere factoren constant houdt. Deze verbanden waren statistisch robuust over de behandelingen heen.
Verschillen tussen variëteiten bleven significant, ook nadat er voor structuur was gecorrigeerd. Bij gelijke hoogte en hetzelfde aantal knopen leverde Medusa F1 ongeveer 30 g meer per plant dan Orion F1. Dat wijst op een genetisch efficiëntievoordeel, in plaats van een verschil in plantgrootte.
Daarentegen lieten het irrigatieniveau en het bloksysteem geen statistisch significante hoofdeffecten op opbrengst zien wanneer ze als categorische factoren werden geanalyseerd. Dubbele bloksysteem verbeterden de buffering in de wortelzone, en een lage shotgrootte neigde naar iets hogere opbrengsten en THC, maar deze effecten waren subtiel vergeleken met de biologische variatie.
THC volgde een ander patroon dan opbrengst. Hogere THC-rankings hingen consequent samen met enkel blok + lage shotgrootte. Dat suggereert dat strakkere controle van dry-back (hoeveel het substraat mag uitdrogen tussen irrigatiemomenten) en wortelzone-stuurbaarheid (jouw mogelijkheid om water- en voedingscondities bij de wortels actief te sturen) de cannabinoïdeconcentratie kan bevorderen, zelfs als de biomassa maar beperkt toeneemt.
Praktische aanbevelingen
Voor kwekers die vooral op opbrengst sturen, is plantstructuur de meest betrouwbare knop om aan te draaien, niet alleen de substraat- of irrigatiecategorie. In deze proef haalde Orion F1 zijn hoogste opbrengsten met dubbel blok en lage shotgrootte, terwijl Medusa F1 het best presteerde met enkel blok en hoge shotgrootte. Dat wijst op cultivar-specifieke reacties, niet op universele regels.
Voor kwekers die THC prioriteit geven, lieten beide variëteiten hun hoogste potentierankings zien bij enkel blok + lage shotgrootte. Dat past bij iets drogere, beter stuurbare wortelzonecondities.
Monitoring halverwege de cyclus helpt je om betere keuzes te maken. Hoogte en aantal knopen zijn praktische, vroege indicatoren van het uiteindelijke opbrengstpotentieel, terwijl stengeldiameter in deze dataset geen betrouwbare voorspeller was. Door deze kenmerken te volgen, kun je irrigatie en ‘steering’ bijsturen voordat de bloei-uitkomsten vastliggen.
In gecontroleerde omgevingen moet je substraat en irrigatie als één geïntegreerd systeem zien. Kleine, goed geinstrumenteerde proeven onder stabiele klimaat- en fertigatiecondities blijven de meest effectieve manier om cultivar-specifieke reacties te valideren.
Conclusie
Deze proef benadrukt drie praktische observaties die relevant zijn voor cannabis-teelt in controlled environments. Ten eerste lijken de opbrengstverschillen die we hier zagen vooral gedreven door plantstructuur en genetische factoren, en niet door alleen de substraat- of irrigatiecategorie.
Ten tweede gingen strategieën die samenhingen met hogere opbrengst niet automatisch samen met een hogere THC-concentratie. Dat onderstreept hoe belangrijk het is om je teeltdoelen vooraf scherp te definiëren. Ten derde bleken morfologie-indicatoren zoals planthoogte en aantal knopen nuttig om behandelingsreacties te interpreteren, en ze kunnen een praktisch kader bieden om irrigatiebeslissingen te sturen in vergelijkbare productiesystemen.
