BLACK FRIDAY EINDIGTWINKEL NU


Cultivars, chemovars en chemotypen. Weet jij wat deze woorden betekenen? En wat het verschil ertussen is? Ontdek hieronder de definities ervan, waarom je deze termen moet omarmen en hoe de gehele cannabisindustrie ervan kan profiteren, van wetenschappers tot consumenten.

Cannabis lijkt best simpel, toch? Op het eerste gezicht is dit inderdaad gewoon een plant. Maar in werkelijkheid is het een van de veelzijdigste plantensoorten die door mensen gekweekt wordt. Niet lang na je eerste trek maak je vaak kennis met een uitgebreid vocabulaire waarmee we de plant zelf beschrijven, maar ook alle verschillende soorten, kweekmethodes en de manieren om haar te gebruiken.

Om de verwarring compleet te maken, zijn er duizenden 'strains' (soorten) verkrijgbaar bij zadenbanken en coffeeshops. In de populaire cultuur is deze gangbare classificatie een goede manier om te beschrijven wat elke soort te bieden heeft. Strains die meer naar de 'indica'-kant neigen, staan bijvoorbeeld bekend om hun bedwelmende en fysieke effecten. Naar sativa neigende soorten worden echter als energiek en cerebraal beschouwd.

Maar dingen kunnen snel veranderen in de wietindustrie, met wetenschappers die continu nieuwe dingen ontdekken. Hoewel de term 'strain' tientallen jaren van pas is gekomen, heeft het nu zijn beste tijd gehad. De complexe nuances van wiet vereisen gedetailleerdere beschrijvingen en classificaties. Zo geven termen als 'chemovar' en 'chemotype' niet alleen wetenschappers een beter inzicht, maar bieden ze ook klanten betrouwbaardere informatie voor de aankoop van toppen en zaden. Lees verder en ontdek waarom het tijd is voor nieuwe begrippen, wat elk van deze termen betekent en waarom ze belangrijk zijn!

Huidige classificatie van wiet: een smet op de sector?

Er bestaan wel duizenden soorten wiet. Enkele grote namen die je in veel shops tegenkomt, zijn White Widow, Amnesia, OG Kush, Northern Lights en Haze. Dit ongelooflijke aantal soorten is het resultaat van selectief breeden en hybridisatie. Breeders zijn constant bezig met het vinden van aantrekkelijke eigenschappen en het kruisen van verschillende planten om deze eigenschappen te versterken. Het gevolg? Een enorm aantal wietsoorten.

Het idee van strains zit zo ingebakken in de wietindustrie, dat het bijna onweerlegbaar lijkt. Het is weliswaar nog altijd de populairste methode om wietvariëteiten te benoemen en categoriseren, maar het zegt niet per se iets over het chemische profiel, en dus ook niet over de effecten van elk type wiet. Dit hoeft geen probleem te zijn voor de reguliere recreatieve gebruiker, maar het is niet ideaal voor consumenten die een consistente en betrouwbare ervaring willen.

Het gebrek aan consistentie dat dit onnauwkeurige classificatiesysteem met zich meebrengt, kan de gebruiker namelijk op het verkeerde been zetten. Je kunt bijvoorbeeld een shop binnenwandelen en een soort met de naam White Widow kopen en vervolgens in een andere zaak een gelijknamige strain, waarna je erachter komt dat het effect van de twee totaal verschillend is. Tal van factoren kunnen de chemische samenstelling van dezelfde wietsoort namelijk beïnvloeden, waaronder genetische variabiliteit en omgevingsfactoren.

Huidige classificatie van wiet: een smet op de sector?
  • Wietwetenschappers roepen op tot nieuwe terminologie

Sommige wietexperts staan zeer kritisch tegenover het classificatiesysteem op basis van 'strains' en roepen op tot nieuwe manieren om de plant te karakteriseren. Dr. Ethan Russo, een neuroloog en cannabisonderzoeker, noemt het idee van strains bijvoorbeeld "nonsense" en stelt dat dit meer voorbehouden aan bacteriën is. De therapeutische wietdeskundige Arno Hazekamp heeft hier ook zijn ideeën over verkondigd. Hij zegt dat deze gangbare manier van indelen zich onafhankelijk van wetenschappelijke en taxonomische systemen heeft ontwikkeld[1].

Hazekamp wijst op een aantal belangrijke redenen voor het ontstaan van het concept van strains. In plaats van dat het een verschil in chemische samenstelling aanduidde, kwam het waarschijnlijk tot stand als een vorm van jargon die de wietcultuur een zekere complexiteit gaf[2]. Vergelijk het maar met de manier waarop wijnkenners verschillende wijnen beschrijven. Daarnaast wijst hij marketing aan als oorzaak. Aangezien wiet veel geld oplevert, zijn de vele soortnamen waarschijnlijk een indicatie van de wens van breeders en kwekers om een niche voor hun specifieke product te creëren.

Betekent dit dat we in zijn geheel met het gebruik van de namen voor strains moeten stoppen? Niet per se. Deze benamingen zijn een prima manier om karakteristieken op basisniveau te onderscheiden. En ook al zijn ze niet zo nauwkeurig, toch hebben ze inmiddels een belangrijke plaats in de Nederlandse wietscene ingenomen.

Voor therapeutische gebruikers, wetenschappers en kieskeurige recreatieve gebruikers zijn alternatieve begrippen echter mogelijk geschikter. Het is daarbij belangrijk om je bewust te zijn van de verschillen tussen deze termen, om misverstanden te voorkomen en gericht te kunnen zoeken. Blijf lezen om inzicht te krijgen in de toekomst van de cannabisterminologie en ontdek de betekenis van de alternatieve begrippen voor het aanduiden van wietsoorten.

Cultivars vs. strains: wat is het verschil?

De kans is groot dat je tijdens je zoektocht naar wietzaadjes het woord 'cultivar' weleens bent tegengekomen. Maar wat heb je aan deze term als het om classificatie gaat? Nou, het is een afkorting van 'gecultiveerde variëteit'. Als je een fanatiek tuinier bent, dan ben je deze term vast ook vaak in zaadcatalogussen en tuincentra tegengekomen. Het begrip komt uit de tuinbouw (en is dus geen taxonomische benaming) en refereert simpelweg aan een plant die door mensen geselecteerd of aangepast is.

Selectief breeden stelt kwekers in staat om planten te hybridiseren en specifieke eigenschappen te versterken. Hierdoor ontstaan niet alleen planten (zoals groente, wiet en fruit) met verschillende karakteristieken, maar ook stabielere variëteiten. Cultivars zijn afzonderlijke varianten binnen dezelfde soort. Ze zijn afkomstig van een kloon/stek van dezelfde cultivar of van stabiel zaad dat voor genetische stabiliteit teruggekruist is.

Maar hoe verschilt een cultivar nu van een strain? Op een gegeven moment begonnen breeders en kwekers van wiet de incorrecte term 'strain' te gebruiken, in plaats van het in de tuinbouw gangbaardere 'cultivar'. Het woord 'strain' komt echter het meest voor in de virologie en microbiologie om genetische variatie tussen micro-organismen te beschrijven. Je kunt het soms ook tegenkomen met betrekking tot een andere vorm van breeding (dan van wiet), maar dan beschrijft het meestal het nageslacht als gevolg van genetische modificatie. Al met al draagt het woord 'cultivar' misschien niet direct bij aan een betere classificatie van wietsoorten, maar het is wel een correctere benaming.

Cultivars vs. strains: wat is het verschil?

Wat zijn cannabis chemotypes?

'Chemotype' staat voor 'chemisch type'. De term werd in de jaren '70 voor het eerst gebruikt door wietwetenschappers die een makkelijke manier zochten om cultivars op basis van hun voornaamste cannabinoïde in te delen. De botanicus Ernest Small kwam met drie chemotypen, gebaseerd op de twee meest prominente cannabinoïden in de plant:

Type 1 Dit chemotype bevat hoge gehaltes van de psychotrope cannabinoïde THC. De meeste moderne cultivars vallen in deze categorie. Deze planten zijn vooral gewild onder recreatieve gebruikers die high willen worden, maar ook onder degenen die wiet om holistische redenen willen gebruiken.
Type 2 Dit chemotype behelst een evenwichtige verhouding tussen THC en CBD. Deze cultivars zijn inmiddels geliefd onder zowel recreatieve als holistische gebruikers. Ze bieden een merkbaar psychotroop effect, maar de gelijke hoeveelheid CBD vlakt de piekeffecten van THC wat af en beperkt mogelijk de psychologische bijwerkingen.
Type 3 Dit chemotype bevat hoge concentraties CBD en lage THC-gehaltes. Deze variëteiten hebben dan ook weinig tot geen psychotrope effecten. Zowel recreatieve als holistische gebruikers beschouwen het heldere effect als nuttig en functioneel.
Wat zijn cannabis chemotypes?

Zoals je kunt zien, zijn chemotypen een simpele en vrij summiere manier om cannabissoorten te categoriseren. Deze methode komt meteen tot de kern en is puur op de dominante cannabinoïde gericht. Hoewel het geen rekening houdt met bepaalde details, weten consumenten en wetenschappers hiermee wel direct wat ze kunnen verwachten als het om psychotrope effecten gaat.

De drie bovenstaande chemotypen kunnen je als consument op meerdere manieren helpen. Gebruikers voor wie smaak en aroma niet op de eerste plaats staan, kunnen hiermee bijvoorbeeld, om het simpel te houden, gewoon een soort op basis van het chemotype kiezen. Zo krijgen ze meteen een idee van de ervaring die ze te wachten staat, zonder te verdwalen in de wereld van de 'strains' en 'cultivars'.

Toch bestaan er meer dan slechts drie chemotypen! Bovendien zijn wetenschappers ook de effecten van minder bekende cannabinoïden in kaart aan het brengen. Uiteindelijk zullen deze ook hun eigen aanduiding krijgen, waardoor alles voor zowel consumenten als wetenschappers nog beter georganiseerd en duidelijker wordt. Hieronder de twee resterende chemotypen die we momenteel onderkennen:

Type 4 Dit type bevat hoge gehaltes cannabigerol (CBG). Deze cannabinoïde staat ook wel bekend als de 'moedercannabinoïde', en de zuurvorm van de verbinding — CBGA — fungeert als de chemische voorloper van THC en CBD. CBG is niet psychotroop en lopende studies onderzoeken het potentieel ervan bij ontstekingen.
Type 5 Dit chemotype bevat — opmerkelijk genoeg — helemaal geen cannabinoïden. Hoewel dit misschien teleurstellend en nutteloos lijkt, dient het vijfde chemotype wel degelijk een belangrijk doel. Deze variëteiten komen namelijk goed van pas bij het onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe cannabisproducten. Het gebrek aan cannabinoïden komt bijvoorbeeld van pas bij het produceren van soorten met veel terpenen. Die kunnen in klinische settings mogelijk nuttig blijken.

Cannabis chemovars: een nauwkeuriger manier van classificeren

'Chemovar' staat voor 'chemische variëteit'. Dit klinkt misschien een beetje hetzelfde als de definitie van 'chemotype', maar deze classificatie is veel gedetailleerder. Waar chemotypen alleen de dominante cannabinoïde in een variëteit beschrijven, verwijst 'chemovar' naar de 1-2 meestvoorkomende cannabinoïden en de 2-4 dominantste terpenen.

Doordat deze definitie meer fytochemicaliën behelst, krijgen consumenten en wetenschappers een beter idee van de mogelijke effecten. Hazekamp heeft diverse papers over het concept en de toepassingen van chemovars gepubliceerd. Hij beweert dat therapeutische wietwetenschappers tegen problemen aanlopen door het farmacologisch paradigma van 'single compound–single target'. Deze visie is misschien prima om de effecten van geïsoleerde fytochemicaliën te beoordelen, maar houdt geen rekening met de potentieel diepgaande interacties tussen de diverse stoffen in cannabis.

Cannabis chemovars: een nauwkeuriger manier van classificeren
  • 'Chemovar' behelst ook het entourage effect

Het 'entourage effect' houdt in dat cannabinoïden en terpenen een synergie met elkaar aangaan. Russo speelde een grote rol in het populariseren van deze theorie. In zijn paper 'Taming THC'[3] beschrijft hij namelijk diverse mogelijke combinaties van cannabinoïden en terpenen. Momenteel vinden er ook onderzoeken plaats naar de mogelijkheid van linalool om de effecten van CBD te versterken en van pineen om het effect van THC te optimaliseren.

Soorten wiet classificeren als chemovars zou een einde kunnen maken aan de inconsistentie van 'strains'. Tegelijk zou dit veel meer informatie dan de classificatie op basis van chemotypen bieden. Volgens Hazekamp kunnen we cultivars succesvol indelen in een kleiner aantal unieke groepen, wanneer we de voornaamste chemische verbindingen in wietsoorten in kaart brengen. Op die manier zouden consumenten een eerlijker en nauwkeuriger product kunnen kopen. Daarnaast zou het wetenschappers kunnen helpen te begrijpen welke unieke effecten verschillende chemische samenstellingen hebben.

Het idee van chemovars is nog redelijk nieuw. Wetenschappers streven er op dit moment naar om eerst variëteiten in te delen op basis van hun chemische profiel en hopen vervolgens te ontdekken welke chemovars bij welke aandoeningen kunnen helpen. Tot dusver hebben onderzoekers vastgesteld dat chemovars met veel terpinoleen verkwikkende effecten opwekken, terwijl soorten met meer caryofylleen en myrceen mogelijk een verzachtende invloed op het hoofd hebben.

Het classificatiesysteem van chemovars kan er absoluut voor zorgen dat wetenschappers de effecten van wiet beter gaan begrijpen. Maar wat heb je eraan als je naar toppen of zaden op zoek bent? Nou, doordat steeds meer producenten, zadenbanken en coffeeshops de waarde van laboratoriumtests inzien, verzamelen ze ook steeds meer data over hun producten, en zo krijg jij als klant weer toegang tot informatie die enorm helpt bij het kiezen van het juiste product.

We hebben dit punt weliswaar nog niet helemaal bereikt, maar er zijn wel signalen die op een verschuiving wijzen. En van deze omslag kan iedereen profiteren! In plaats van puur af te gaan op namen als 'White Widow' of 'OG Kush' en te hopen op het gewenste effect, kun je bijvoorbeeld met 'Chemovar Type II: 9% CBD, 10% THC, myrceen- en linalooldominant' naast de beroemde naam een veel beter idee van het product krijgen.

External Resources:
  1. Cannabis: From Cultivar to Chemovar II—A Metabolomics Approach to Cannabis Classification https://www.liebertpub.com
  2. Exploring the Sativa Indica dilemma https://www.researchgate.net
  3. Taming THC: potential cannabis synergy and phytocannabinoid-terpenoid entourage effects https://www.ncbi.nlm.nih.gov
Disclaimer:
Deze content is alleen bedoeld voor educatieve doeleinden. De verstrekte informatie is afkomstig uit onderzoek dat is verzameld vanuit externe bronnen.

BEN JE 18 JAAR OF OUDER?

De inhoud van RoyalQueenSeeds.nl is alleen geschikt voor volwassenen met de wettelijk geldende volwassen leeftijd.

Wees er zeker van dat je de wet kent van het land waar je woont.

Door op ENTER te klikken, bevestig
je dat je
18 jaar of ouder bent.